Het originele vangpijptype


De voorloper van de eendenkooi is vermoedelijk een eenvoudige, fuikachtige constructie geweest waar eenden in gedreven werden. Deze vangtechniek is (en wordt op tal van plekken nog steeds)  wereldwijd toegepast vanaf het moment dat men ontdekte dat eenden in de ruiperiode ca. 6 weken niet kunnen vliegen, omdat ze alle slagpennen ineens verliezen. Ze zijn dan kwetsbaar en makkelijk te vangen. Bekend is dat er vanaf de vijftiende eeuw primitieve vangfuiken langs sloten, plassen en rivieren werden gebouwd. 
Hoe dit vangsysteem zich heeft ontwikkeld tot de eendenkooi zoals we die nu kennen, is niet bekend. Feit is wel dat het in de Lage Landen heeft plaatsgevonden en Nederlanders daarbij een grote rol hebben gespeeld. 

Historische informatie over vangpijpen is bekend van gravures en schilderijen uit de zestiende en de zeventiende eeuw. Uit de afbeeldingen blijkt steeds weer dat er toen sprake was van het ‘originele’ vangpijptype. Bij dit originele vangpijptype is de boogconstructie over de vangpijpen opgebouwd met half cirkelvormige beugels die niet steunen op de schermen, maar ertussen staan. Aan de holle binnenzijde van de gebogen vangpijp staat meestal een gesloten lang rietscherm. De vangpijp is geheel overspannen met beugels en netten. De worden steeds lager en kleiner, zodat zich een fuik vormt die eindigt op het droge deel. De vangpijp eindigt in rond afneembaar vangfuiknet in plaats vaneen houten vanghokje.

Dit vangpijptype bestaat nog in de eendenkooi Donkmeer in Vlaanderen en in Groot-Brittannië. Uit oude afbeeldingen blijkt dat dit type ook voorkwam in Duitsland en Frankrijk. In Nederland is dit type nog tot in de twintigste eeuw aanwezig geweest, maar het is nu geheel verdwenen.
 

Foto's van vangfuiken



Kooikersvereniging

Adres secretariaat
Strengstraat 4
6617 AT BERGHAREN

info@kooikersvereniging.nl



© 2017 Kooikersvereniging

powered by Natuurlijk !