Biometrie en andere indicatoren 



Bij veel vogelsoorten is er geografische variatie in de afmetingen van individuen, die in sommige gevallen bruikbaar is als indicatie van de herkomst (broed- en geboortegebied) van gevangen vogels of om anderszins links te leggen met doortrek- en overwinteringsgebieden van dezelfde populaties (migratory connectivity). Bij veel eendensoorten is een dergelijke geografische variatie weinig uitgesproken, maar er zijn ook andere kenmerken meetbaar dan lichaamsafmetingen die dergelijke informatie kunnen opleveren, zonder dat de vogel daarvoor eerst op een andere locatie hoeft te worden teruggevonden. Zo kunnen verhoudingen tussen stabiele isotopen van bepaalde elementen in (kleine monsters van) veren of nagels een indicatie geven voor de geografische regio waar deze weefsels zijn gevormd, en dus (afhankelijk van vogelsoort en veergroep) van het broed- of ruigebied.

Trekkende watervogels staan mede in de belangstelling vanwege hun veronderstelde rol bij de verspreiding van vogelziekten, met name aviaire influenza (vogelgriepvirus). Om die reden is een systeem van surveillance in het leven geroepen waarbij op diverse plaatsen in Europa steekproeven van zulke soorten worden bemonsterd (keel- en cloacamonsters) op aanwezigheid van griepvirussen. Nederlandse eendenkooien spelen hierin al een aantal jaren een belangrijke rol Monsters verzameld van hier gevangen eenden kunnen ook worden gescreend op de aanwezigheid van andere ziekteverwekkende virussen en parasieten.

Vanwege hun mobiliteit zijn watervogels waarschijnlijk belangrijke transporteurs van andere aquatische organismen, zoals plantenzaden en eitjes van ongewervelde dieren. Onderzoekers als Erik Kleysteeg die aan de Universiteit Utrecht promoveert op de rol van eenden bij de verspreiding van planten, kunnen van eendenkooien gebruik maken om levende vogels te monsteren en poep te verzamelen. Aanbrengen van zenders en andere meetinstrumenten, bijvoorbeeld voor onderzoek naar activiteitspatronen en ruimtelijk terreingebruik.

In het kader van verspreidingsonderzoek is er steeds meer vraag naar gedetailleerde informatie over vliegbewegingen van vogels. De ontwikkeling van steeds kleinere zenders en dataloggers maakt het mogelijk om deze te gebruiken op eenden. Zo kunnen trekbewegingen en lokaal ruimtelijk landschapsgebruik op de voet worden gevolgd. Bovendien worden deze apparaten steeds geavanceerder waardoor meer kan worden gemeten, zoals lichaamsactiviteit, hartslag, en lichaamstemperatuur. Vanwege de noodzaak voor dit type onderzoek levende eenden te gebruiken, vervullen eendenkooien een belangrijke rol bij het aanbieden van eenden. Daarnaast kunnen niet alle typen dataloggers op afstand worden uitgelezen en worden kooikers ingeschakeld om vogels met zulke dataloggers terug te vangen. Een deel van de hierboven besproken waarnemingen kan ook worden verzameld aan dode vogels, zoals eenden geschoten door jagers. Een belangrijk voordeel van het verzamelen van zulke informatie in eendenkooien in plaats van aan dode vogels is echter dat het bijbrengen en op peil houden van de benodigde expertise gemakkelijker is te realiseren bij een beperkt aantal eendenkooiringers, die toch een aanzienlijk aantal vogels door hun handen zien gaan, dan via een veel diffuser netwerk van jagers die doorgaans per persoon jaarlijks een veel kleiner aantal eenden schieten, bovendien beperkt tot slechts enkele bejaagbare soorten.

 

Ruimtelijk gedrag van een gezenderde wilde eend ronde de eendenkooi te Oud Alblas (foto: Erik Kleyheeg)



Kooikersvereniging

Adres secretariaat
Strengstraat 4
6617 AT BERGHAREN

info@kooikersvereniging.nl



© 2017 Kooikersvereniging

powered by Natuurlijk !