VERHALEN

Achter de schermen gaan de mooiste verhalen schuil



Het is stil, heel stil. In een kilometer omtrek is geen geluid te horen. Het is dat er aan de horizon, buiten gehoorsafstand, een tractor rjjdt. Anders zou je hier kunnen gaan twijfelen in welke eeuw je je bevindt. Een zwerm ganzen vliegt over. Plotseling klinkt er rumoer van achter de dichte bomenrij. Achter de schermen lijkt van alles aan de hand.

Als je de omgeving in je opneemt, snap je waarom uitgerekend hier, in het waddengebied, vanaf de middeleeuwen veel eendenkooien werden aangelegd. Het land lijkt ervoor gemaakt. Niet alleen ligt het op de trekroute van tal van eendensoorten. Het afpalingsrecht dat voorschrijft dat er in een vastgelegde wijde kring om de kooi rust moet heersen, vormt hier geen enkel probleem. Die rust is er al, overal om je heen. 

Aan die geïsoleerde ligging dankt de eendenkooi zijn vele verhalen. Behalve de kooiker mocht niemand er komen. Veel kooikers waren kluizenaars. Sommigen woonden zelfs bij de kooi in een zogenaamd kooihuisje. Geen wonder dat dit in de nabijgelegen dorpen, waar de kooiker zijn eenden aan de man bracht, tot verhalen leidde. Over Leen van Bruinisse (1878 – 1960) bijvoorbeeld, een begrip op Vlieland, van wie nog bewegend beeld bewaard is gebleven uit 1935 waarop hij met zijn kooikershondje en tamme kraai te zien is. Hij stond bekend om zijn grote kennis van de natuur. Of over Jacob Bodes (1689 – 1755) over wie eendenkooienkenner Gerard Mast een boek schreef. Bodes kwam uit een echte kooikerfamilie en had talent. In een topjaar ving hij in zijn kooi in Engwierum wel 15.000 war. Een war stond voor één wilde eend, twee smienten of drie tallingen. Zijn kooi heeft, zoals vele in het waddengebied, zwaar te lijden gehad onder de beruchte kerstvloed van 1717, die naar schatting 14.000 mensen het leven kostte. Hij moest opnieuw beginnen, wat hij  met succes deed. En dat bleef niet onopgemerkt. Aan het eind van zijn leven werd hij uitgenodigd om voor de Habsburgse keizer een kooi te bouwen op een landgoed nabij de huidige Slowaakse hoofdstad Bratislava.
 

Adellijk bezit

Veel kooien in het waddengebied waren in handen van de adel. Zo weten we dat Edzart Hobbe Jonkheer van Burmania in 1756 toestemming vroeg om een ‘voogel kooij’ bij Ternaard aan te mogen leggen. En ook van de Kooi Piaam is bekend dat die lange tijd in handen van de adel was. Deze kooi was onderdeel van een vijf- of zestal kooien, waarvan de kooihuisjes zo dicht bij elkaar stonden dat ze een buurtschapje vormden. In 1904 werd de kooi gekocht door boterkoning en natuurbeschermer Hendrik Hero (Hein) Buisman, een van de eerste bestuursleden van It Fryske Gea. Hij liet vastleggen dat er in de kooi niet meer mocht worden gevangen. Het moest een natuurmonument worden en dat is het tot op de dag van vandaag gebleven.

Nadat Ameland in handen kwam van de Nassaus kreeg het eiland als enige een koninklijke kooi. De bekendste adellijke kooieigenaar in het waddengebied is zonder twijfel Amalia van Anhalt Dessau, prinses van Nassau. In 1704 kocht zij het eiland Ameland voor haar zoon stadhouder Johan Willem Friso van Oranje Nassau. Een jaar later liet de familie een eendenkooi aanleggen met een kooihuis: de Nassaukooi. Tot ongeveer 1830 bleef deze kooi staatsdomein, daarna kreeg hij verschillende eigenaren, onder wie Johannes Piter Kats van Oranjewoud; de rijkste man van Friesland. Tegenwoordig verzorgt het natuurmuseum Ameland excursies in de kooi die een aantal opmerkelijke kenmerken heeft. Zo wordt de houtwal tegen inzakken behoed door turf dat waarschijnlijk uit 1705 dateert en dus nog origineel is. 
 

Bijzondere biotoop

Maar eendenkooien zijn niet alleen bijzondere landschapselementen vanwege hun rijke cultuurhistorie. Als groene oases in het verder open kustlandschap hebben ze ook grote landschappelijke waarde. Naast de erf- en dorpsbeplantingen zijn het vaak de enige hoge en dichte groenelementen in dit landschap. Daarnaast zijn ze ook voor de natuur van belang. Door de eeuwenlange humusvorming vormen ze een unieke biotoop, waarin veel zeldzame planten en paddenstoelen voorkomen. De rust in de kooi maakt de plas bovendien aantrekkelijk voor tal van watervogels. De gevarieerde begroeiing met dicht struikgewas en hoge bomen trekt veel soorten zang- en roofvogels, waaronder uilen. En voor zoogdieren als reeën en vleermuizen is de eendenkooi een perfecte schuilplaats. 

De Kongsi van de kooi-eend spant samen om de laatste kooien voor het waddengebied te behouden. Ooit telde het waddengebied 142 eendenkooiend. Daarvan zijn er nu nog maar 29 over. Daarmee dreigt dit identiteit bepalende element uit het landschap te verdwijnen en het ambacht van de kooiker alleen nog in de geschiedenisboeken terug te vinden. Alleen namen als Kooyenga, Kooistra en Van der Kooi herinneren dan aan dit uitgestorven beroep. En uitdrukkingen als ‘de pijp uitgaan’ en ‘achter de schermen’ raken hun tastbare herkomst kwijt. Eendenkooien horen bij het waddengebied. Ze vertellen het verhaal van hoe de mens overleefde in dit zo kale, gure en vaak weerbarstige landschap. 
 

Verbond voor behoud

Om dat verhaal te kunnen blijven vertellen en om de laatste kooien voor het gebied te behouden hebben zes groene organisaties samen met de Kooikersvereniging een verbond gesloten. Als Kongsi van de Eendenkooi werken ze aan het herstel van 24 kooien in het gebied. Het belangrijkste doel is ten minste één vangpijp in tact te houden, zodat de kooi zijn afpalings- en kooirecht houdt, want dat blijkt keer op keer een voorwaarde voor het voortbestaan van een kooi. Dat geldt ook voor de kooien met een natuurfunctie, waar excursies worden gehouden of waar de eenden niet worden gevangen voor consumptie, maar om ze te kunnen ringen en onderzoek te doen.

Clusters van kooien met verschillende functies bieden bezoekers de kans de eendenkooi met alle zintuigen te beleven. De Kongsi van de Eendenkooi streeft naar een mooi evenwicht tussen vangende en excursiekooien in tien regio’s in Noord-Holland, Friesland en Groningen, inclusief Waddeneilanden. De mix van functies biedt zekerheid voor de toekomst en, minstens zo belangrijk, maakt het mogelijk het verhaal van de eendenkooi op verschillende manieren te vertellen. Bewoners en bezoekers kunnen zien hoe een kooi werkt, ze kunnen de stilte ervaren en, voor wie daar geen bezwaar tegen heeft, de smaak van een exclusief streekproduct proeven. 
 

 

 

Contactgegevens:

Voor meer informatie over de Kongsi van de Eendenkooi kunt u contact opnemen met 
Landschapsbeheer Friesland

Commissieweg 15
9244 GB  Beetsterzwaag
0512 38 38 00
info@landschapsbeheerfriesland.nl










© 2018 Kongsi
powered by
Natuurlijk !

 

 

 

 


privacybeleid
gebruikersovereenkomst


De Kongsi van de Eendenkooi wordt mogelijk gemaakt door het Waddenfonds en de provincies Fryslân, Noord-Holland en Groningen.