Foto Dutch Heritage Photography



AUKE TALSMAKOOI

 

Naam: Auke Talsmakooi
Eerste vermelding: 1676
Ligging: Ferwerderadiel, Hallum, Noordermieden
Aantal vangpijpen: 4 
Recht van afpaling/aantal meters: ja / 1200 meter
Grootte: 1.00.50 hectare 
Kooitype: Fries (met een vangpijp van het Overijsselsetype)
Landschap: in komgronden achter een kwelderwal.
Eigenaar: Staatsbosbeheer
Kooiker(s): Herman ten Klooster
Huidige functie: vangkooi, excursiekooi (incidenteel)
Toegankelijk: alleen tijdens excursies

 

De ligging

Ten zuidoosten van het Friese Hallum liggen de Hallumermieden, een complex van weilanden in de komgronden achter de kwelderwal van Hallum. Dit lager gelegen gebied is erg aantrekkelijk voor eenden, alhoewel dit na de ruilverkaveling van 1990 in mindere mate geldt. Dat dit een ook een goed gebied voor eendenkooien was, blijkt wel uit het feit dat er in het noordelijke deel van de Hallumermieden al in 1682 niet minder dan acht eendenkooien waren. De kooien zijn door Schotanus ingetekend op een kaart van de grietenij Ferwerderadeel. Van deze acht eendenkooien zijn er nog twee overgebleven, Opperwird en de Auke Talsmakooi.
 

Geschiedenis

Over de vroege geschiedenis van de Auke Talsmakooi is weinig anders bekend dan dat de kooi vanaf 1682 in bezit en in gebruik was door verschillende families. Soms werd tijdens een verkoop van de kooiplaats het aantal eenden genoemd. Zo is bekend dat er in 1870 circa 100 eenden op de kooi aanwezig waren.

De eerste vangstcijfers dateren uit 1889. Ze staan in het notitieboekje van Simon Kornelis Tolsma dat bewaard is gebleven. In 1889 werd in totaal 630 1/6 war gevangen, in 1890 1014 1/6 war, in 1897 503 war en in 1892 522 1/6 war. Hoewel deze gegevens niet compleet zijn, geven ze wel een beeld van de vangstresultaten. Duidelijk is in ieder geval dat de vangsten per jaar flink konden verschillen. De eenden werden aan verschillende poeliers verkocht, waaronder poelier Nijland uit Leeuwarden, die ook eenden van de kooi Ternaard kocht. In het notitieboekje staan verder ook nog de fruitbomen genoemd die in het kooibos stonden, namelijk: “1 suur Franze kroon, 1 Bloen zure, 1 Diekmanters, 2 Roode Kolwij w, 1 heereappel, 1 B louzoe, 1 Ebben zoote, 1 winter Bargemot”.

 

Poelier

Kooiker Simon Kornelis Tolsma heeft goed gezorgd voor de kooi. Toen hij de kooiplaats in 1900 verliet, telde deze driehonderd eenden. Tweehonderd meer dan in 1870! Het is opmerkelijk dat bij de verkoop sprake is van 250 eenden. De koper was Hendrikus van Asperen, een poelier uit Leeuwarden. Met de aankoop van deze kooi kwam zijn totale bezit op vier eendenkooien.

In 1914 kocht Tiete Ydes Talsma de eendenkooi. Hij had op dat moment ook de boerderij en het omliggende land al in bezit. Twee van zijn zoons worden tevens kooiboer. De oudste zoon Yde Tietes Talsma gaat naar Schiermonnikoog om daar kooiboer te worden. De tweede zoon, Auke Tjittes Talsma, volgt zijn vader op in de kooi bij Hallum. Naar deze zoon is de eendenkooi vernoemd. In de periode 1924 – 1930 werd gemiddeld 650 war eenden gevangen. In de periode 1930 – 1970 werd gemiddeld 1038 war gevangen. Auke deed het dus aanzienlijk beter dan zijn vader. 

 

400 broedkorven

In een rapport G.T. van der Heide en T. Lebret aan Natuurmonumenten uit 1948 worden nog enkele details genoemd die het vermelden waard zijn. Zo wordt er geschreven dat er gemiddeld duizend eenden worden gevangen en dat dit uitsluitend wilde eenden zijn. Hoewel er in juli en augustus grote aantallen slobeenden aanwezig zijn, worden deze niet gevangen. De stal bestaat uit 1000 – 1500 eenden en er worden er jaarlijks  honderd lokvogels aangezet. In de kooi zijn vierhonderd broedkorven aanwezig, die in 1949 ook allemaal bezet waren. Er kwamen ongeveer vijfduizend jonge eenden uit. Het kooibos is goed onderhouden en bestaat uit els, es en esdoorn. 

 

Overijsselse invloed

In 1985 stelde Staatsbosbeheer Herman ten Klooster aan als kooiker. Hij kooide ook al in Ternaard. De ouders van Herman ten Klooster komen uit Overijssel. Dit komt terug in de inrichting. Ten Klooster veranderde één van de vier vangpijpen van het Friese naar een Overijsselse type.

Tussen 1985 en 1997 hield Herman ten Klooster de vangstcijfers bij. Wat opvalt is dat de vangst steeds verder terugloopt. Van gemiddeld achterhonderd naar driehonderd eenden. Meerdere factoren speelden hierin een rol. Het gebied rond de kooien is in 2006 aangewezen als ganzengedooggebied. In deze zone mogen ganzen niet worden verjaagd. De boeren krijgen een vergoeding voor het beheer en de ganzen hebben een gebied waar ze niet verstoord worden. Het aantal ganzen en smienten in het gebied nam hierdoor toe. Wellicht dat de eenden zullen volgen.

 

 

Overzicht kooikers:

Lupke Jans 1667 – 1668 (Zie ook kooi Opperwird)
Rommert Sijmens 1670
Rommert en Jan Sijmens 1685
Ysbrand Gerrijts 1698
Pyter Dirx 1728
Jouw Fransen 1751 – 1782
Ate Jouwes 1752 – 1797
Hendrik Kooistra Annes 1800 – 1822
Klaas Sytzes Kroodsma 1823 – 1836
Kornelis Rinderts Tolsma 1836 – 1870
Simon Kornelis Tolsma 1870 – 1878
Tjeerd Jeltes Bakker 1878 – 1889
Simon Kornelis Tolsma 1889 – 1900
Arend Sipkes Castelein 1900 – 1904
Jacob Pieters Wiersma 1904 – 1914
Tiete Ydes Talsma 1914 – 1930
Auke Talsma 1930 – 1958
Yde Talsma 1958 – 1959
Herman ten Klooster 1959 – 1960
Kerst Elgersma 1960 – 1971 (zie ook Opperwird)
Jan Talsma 1971 – 1972
Haaije Heslinga 1972 – 1979
Haaije Heslinga en Herman Broekmeijer 1979 – 1985
Herman ten Klooster 1985 – 2015
 

Literatuur

  • G. Mast: De kooiplaats van Auke Talsma op de Hallumermieden. Directie Noord van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (1986).
  • G. Mast: De Auke Talsma Kooi onder Hallum. Uitgave: Consulentschap Natuur- Milieu en Faunabeheer in Friesland. Leeuwarden (1988).

 

Kaarten en afbeeldingen

1: Niet minder dan acht eendenkooien zijn op deze kaart uit 1718 te tellen. De Auke Talsmakooi ligt ten westen van ‘De Wiels Meer’. (Bron: Tresoar, Atlas Schotanus, 1718 zwart wit)

 

2: Uitsnede uit de kadastrale kaart (Bron: Tresoar, Kadastrale kaart Hallum, sectie D, blad 2 1811-1832). 

 

3: Op deze kaart uit 1853 zijn de vele eendenkooien van de Hallumermieden goed te zien. Ook enkele voormalige eendenkooien zijn ingetekend. In deze uitsnede alleen al zijn zes kooi(restanten) aan te wijzen.  (Bron: Tresoar. Atlas van Eekhof, Ferwerderadiel 1853)

 

4: Op deze kaart uit 1950 is goed te zien dat er na 1983 veel eendenkooien verdwenen zijn. (Bron: Kadaster)

 

5: Op de twee eendenkooien en enkele erven na, zijn de hallermermeiden vrijwel boomloos. (foto: Gerard van Looijengoed, 2015)

 

6: Een van de vangpijpen voor herstel (foto: Gerard van Looijengoed)

 

 

Contactgegevens:

Voor meer informatie over de Kongsi van de Eendenkooi kunt u contact opnemen met 
Landschapsbeheer Friesland

Commissieweg 15
9244 GB  Beetsterzwaag
0512 38 38 00
info@landschapsbeheerfriesland.nl

 

 

© 2018 Kongsi
powered by
Natuurlijk !

 


privacybeleid
gebruikersovereenkomst


De Kongsi van de Eendenkooi wordt mogelijk gemaakt door het Waddenfonds en de provincies Fryslân, Noord-Holland en Groningen.