KOOI TERNAARD

 

Naam: Eendenkooi van Ternaard
Eerste vermelding: 1756
Ligging: Dongeradeel, Ternaard, Polder van Ternaard
Aantal vangpijpen: 4
Recht van afpaling/aantal meters: Ja / 1200 meter (2347 meter)
Grootte: 3.37.70 ha (voor ruilverkaveling ruim 1 hectare)
Kooitype: Fries
Landschap: inpoldering op de rand van de Waddenzee
Eigenaar: Staatsbosbeheer
Kooiker(s): Herman ten Klooster
Huidige functie: vangkooi, excursiekooi
Toegankelijk: ja, alleen tijdens excursies

 

Naamgeving

De kooi is genoemd naar het dorp Ternaard.

 

Aanleg

In 1756 deed jonkheer Edzart Hobbe van Burmania een verzoek voor de aanleg van een ‘voogel kooij’ in de polder van Ternaard, tussen beide zeedijken. Hij was getrouwd met Johanna Wilhelmina baronesse van Schratenbach, eigenaresse van de state Herwey. Vlak bij de state was in 1664 al een andere eendenkooi aanwezig. Blijkbaar was deze niet meer kooi succesvol en was er behoefte aan een tweede kooi dichter bij zee. Voor de aanleg werd Klaas Gjolts aangetrokken, zoon van kooiker Gjolt Jacobs. De vrijgekomen grond werd verwerkt tot een aardenwal rond de eendenkooi. In een open landschap zorgt deze wal voor de nodige luwte in de kooi. De Burmania’s verkopen de kooi, met wat grond, al in 1761 door aan Hoite Pyters, die de kooi in 1760 ook al in gebruik had.

De initiatiefnemers van de Kooi Ternaard waren al in het bezit van een eendenkooi toen ze in 1756 opdracht gaven voor de aanleg. Deze kaart uit 1718 laat de ligging van de kooi zien ten opzichte van de state Herwey. (Bron: Tresoar, Atlas Schotnaus 1718 zwart wit)

 

Storm

In het jaar 1825 werd Friesland getroffen door een grote storm. Ook de polder van Ternaard stroomde vol zeewater. Dit had grote gevolgen voor Klaas Sytzes Gaasterland, de toenmalige kooiker. ”Deze kooiker onder Ternaard verloor zeventien bijenkorven, honderd vijftig tamme vogels, en zijne kooi werd, door den spoedigen aanwas van het water in den Polder, grotendeels vernield, zoodat hij met zijne bezittingen, ook zijn bestaan had verloren”, aldus de beschrijving van J. van Leeuwen. In 1836 verkocht Klaas Sytzes zijn eigendommen. De nieuwe eigenaar was Jacob Theunis Hoekstra, kooiker te Ee (zie ook 16. Van Asperenkooi).

Op deze kaart is te zien dat de nieuwe kooi en stuk dichter bij de zee ligt dan de oudere kooi. Deze is gekarteerd als vervallen en was al niet meer in gebruik. (Bron: Tresoar, Atlas Eekhoff 1849-1859, Westdongeradeel)

 

Kooikersfamilies

Er zijn meer verbanden met andere, nog bestaande, eendenkooien. Na het overlijden van Jacob Theunis Hoekstra in 1858 werd Johannes Jitzes de Vries kooiker, eerder kooiker op de zeekooi bij Engwierum (zie ook 15. Talmakooi). Johannes Jitzes de Vries kreeg financiële steun van poelier Hendrik Arends Nijland uit Leeuwarden. De zonen van Johannes Jitzes de Vries leerden het vak van hun vader en traden in zijn voetsporen. In 1871 werd Wopke Johannes de Vries kooiker van de Nassaukooi op Ameland, ook hierbij had Hendrik Arends Nijland een aandeel in de koop (zie ook 13. Nassaukooi). Zijn broer Jitze Johannes de Vries vertrok in 1871 naar Schiermonnikoog om daar kooiker te worden op de kooi van J.E. Banck (zie ook 14. De eendenkooi van Schiermonnikoog). De jongste zoon, Frederik Johannes de Vries, volgde in 1866 zijn vader op in de Kooi van Ternaard. Hij bleef hier kooiker tot 1894. Vier jaar later begon hij in de kooi Onrust in Groningen (zie ook 22. Nieuw Onrust), waar hij tot 1913 bleef.

 

Vangsten

Helaas kan er weinig gezegd worden over de vangstgegevens van de kooi. Wel is duidelijk dat er rond 1950 vermoedelijk meer dan 1500 staleenden waren en zo’n 300 broedkorven. Om zo veel eenden te onderhouden moeten de resultaten in ieder geval meer dan redelijk geweest zijn.

In 1957 kocht Staatsbosbeheer de vervallen eendenkooi en maakte plannen gemaakt voor het onderhoud en beheer. Vanaf toen mochten er nog wel wilde eenden worden gevangen, maar andere soorten mochten alleen nog maar worden gevangen om ze te ringen. Pieter Machiela was in 1977 is de eerste die weer ging vangen. Hij ving enkele honderden eenden.

Kooiker Herman ten Klooster samen met kooihond en makke eenden in de kooi. (bron: Tresaor, foto: W. Walta 1986)

 

Natuurwaarde

De natuurwaarde van de kooi in in de loop der tijd door verschillende onderzoeken onderschreven. De eendenkooi van Ternaard is zelfs als reservaat voor wijngaardslakken gebruikt, toen een nabije populatie door ruilverkavelingen in gevaar dreigde te komen. Tijdens de ruilverkaveling werden ook plannen gemaakt om het kooibos uit te breiden. In 1986 werden deze plannen uitgevoerd. De strook bos rond de kooi is nu breder waardoor er minder verstoring is van landbouwkundige activiteiten in de omgeving.

De kooi kent een rijke vegetatie (foto: Gerard van Looijengoed - Landschapsbeheer Friesland, 2015)

 

Overzicht kooikers:

Jacob Theunis Hoekstra ( zie ook 16. Van Asperenkoai)
Johannes Jitzes de Vries 1871 – 1886 (zie ook 15. Talmakooi)
Frederik Johannes de Vries 1886 – 1894 (zie ook 22. Nieuw Onrust)
Gerrit Pieters van der Meer 1894 – 1899
Wopke Johannes de Vries 1899 – 1903
Albert Wijbes Kooistra 1903 – 1914 (zie ook 13. Nassaukooi en 21. Piaam)
Laas van Gunst 1914 – 1919
Sikke de Vries 1919 – 1957
Pieter Machiela 1958 – 1979
Herman ten Klooster 1980 – 2015 (zie ook 19. Auke Talsmakooi)

 

Literatuur:

- Gerard Mast, 2003: De eendenkooi van Ternaard. Directie Noord van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

 

 

 

© 2018 KONGSI van de EENDENKOOI

powered by Natuurlijk !