De vangpijp

 

De vormgeving van de vangpijp verschilt regionaal, waardoor er verschillende typen eendenkooien zijn. De breedte van de vangpijp varieert van 3 tot 8 meter, de lengte van 20 tot 100 meter. De grote verschillen in afmetingen hangen samen met de regionale typen. De vangpijp is altijd overdekt met gaas of een net. Daardoor kunnen opvliegende eenden alleen verder naar achteren de vangpijp in, waar ze belanden in het vanghokje. Daar worden ze vervolgens gevangen om te worden onderzocht en geringd, of om te worden gedood. Dit laatste mag alleen als het om wilde eenden gaat. De vangpijpen worden in de regel genoemd naar de windrichting waarin ze liggen. Er worden 4 regionale typen vangpijpen onderscheiden. De typen zijn als volgt: Fries type, Overijssels type, Gelders type, het Hollandse type

Eendenkooien worden daarnaast getypeerd naar ontstaanswijze, aanleg, gebruik, ligging, vangstgebied, vangperiode en kooiopbouw en hun gebruik en functie.
 

 

Het originele vangpijptype

 

De voorloper van de eendenkooi is vermoedelijk een eenvoudige, fuikachtige constructie geweest waar eenden in gedreven werden. Deze vangtechniek is (en wordt op tal van plekken nog steeds)  wereldwijd toegepast vanaf het moment dat men ontdekte dat eenden in de ruiperiode ca. 6 weken niet kunnen vliegen, omdat ze alle slagpennen ineens verliezen. Ze zijn dan kwetsbaar en makkelijk te vangen. Bekend is dat er vanaf de vijftiende eeuw primitieve vangfuiken langs sloten, plassen en rivieren werden gebouwd. 
Hoe dit vangsysteem zich heeft ontwikkeld tot de eendenkooi zoals we die nu kennen, is niet bekend. Feit is wel dat het in de Lage Landen heeft plaatsgevonden en Nederlanders daarbij een grote rol hebben gespeeld. 

Historische informatie over vangpijpen is bekend van gravures en schilderijen uit de zestiende en de zeventiende eeuw. Uit de afbeeldingen blijkt steeds weer dat er toen sprake was van het ‘originele’ vangpijptype. Bij dit originele vangpijptype is de boogconstructie over de vangpijpen opgebouwd met half cirkelvormige beugels die niet steunen op de schermen, maar ertussen staan. Aan de holle binnenzijde van de gebogen vangpijp staat meestal een gesloten lang rietscherm. De vangpijp is geheel overspannen met beugels en netten. De worden steeds lager en kleiner, zodat zich een fuik vormt die eindigt op het droge deel. De vangpijp eindigt in rond afneembaar vangfuiknet in plaats vaneen houten vanghokje.

Dit vangpijptype bestaat nog in de eendenkooi Donkmeer in Vlaanderen en in Groot-Brittanniƫ. Uit oude afbeeldingen blijkt dat dit type ook voorkwam in Duitsland en Frankrijk. In Nederland is dit type nog tot in de twintigste eeuw aanwezig geweest, maar het is nu geheel verdwenen.
 

 

Foto's van vangfuiken

 

 


© 2018 Eendenkooien.nl

powered by Natuurlijk !