Foto Dutch Heritage Photography

 

OPPERWIRD

 

Naam: Opperwird, ook wel Kooi bij de Hel
Eerste vermelding: 1601
Ligging: Ferwerderadiel, Hallum, Noordermieden
Aantal vangpijpen: 5 (4)
Recht van afpaling/aantal meters: ja / 1200 meter
Grootte: 0.97.70 hectare
Kooitype: Fries
Landschap: is gelegen in komgronden achter een kwelderwal.
Eigenaar: Homme Tjeerdsma
Kooiker(s): Pieter klaas Inia
Huidige functie: vangkooi
Toegankelijk: Incidenteel, onder begeleiding

 

Naamgeving

De eendenkooi heeft lang geen naam gehad, maar recent is de naam Opperwird gekozen. Opperwird is de naam van een voormalige terp en voormalige sathe die in de Noordermieden lagen. In de eerste helft van de twintigste eeuw werd de terp afgegraven. De grond werd verkocht als vruchtbare terpaarde. In 1939 is de terp geheel verdwenen. Er werd ook wel verwezen naar de kooi als eendenkooi bij De Hel. In de naam van een aantal percelen rond de eendenkooi komt ‘Hel’ terug. In dit geval verwijst dit naar laagte, moerassig land of poel.

Op deze kaart uit 1853 zijn de vele eendenkooien van de Hallumermieden goed te zien. Ook enkele voormalige eendenkooien zijn ingetekend. Opperwird ligt ten zuiden van ‘de Helsdeur’ en ten westen van ‘de Hel’. De eendenkooien in de directe omgeving zijn ingetekend als voormalige kooi. In tegenstelling tot andere voormalige eendenkooien zijn hier de kolken nog open water.  (Bron: Tresoar. Atlas van Eekhof, Ferwerderadiel 1853)

 

De Hallumermieden

Ten zuidoosten van Hallum liggen de Hallumermieden, een complex van weilanden in de komgronden achter de kwelderwal van Hallum. Dit lager gelegen gebied is erg aantrekkelijk voor eenden, al is dit na de ruilverkaveling van 1990 minder geworden. Dat dit ook een goed gebied voor eendenkooien was, blijkt wel uit het feit dat er in de Noordermieden al in 1682 niet minder dan acht eendenkooien waren. Deze zijn door Schotanus ingetekend op een kaart van de grietenij Ferwerderadeel. Van deze acht eendenkooien zijn er nog twee overgebleven, de Auke Talsmakooi en de eendenkooi Opperwird.

Niet minder dan acht eendenkooien zijn op deze kaart uit 1718 te tellen. Opperwird is rood omcirkeld. (Bron: Tresoar, Atlas Schotanus, 1718 zwart wit)

 

Geschiedenis

Op 16 mei 1601 ondertekende Doede Michiels een contract opgesteld door Schelte van Aebinga. De heren kwamen overeen dat Doede een eendenkooi op de Hallumermieden zou aanleggen op het stuk land ‘Die seven bij de hell’ genaamd. In het contract is ook vastgelegd dat als de eendenkooi in bedrijf is en tevens goed vangt, Doede voor zijn inspanningen 50 Carolus gulden ontvangt. Met dit contract hebben we een zeldzaam bewijs van het ontstaan van een eendenkooi uit het begin van de zeventiende eeuw. Voor zover nu bekend is Opperwird zelfs de oudst bekende kooi van Friesland. Eendenkooienspecialist Gerard Mast heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de geschiedenis van deze kooi en veel van de informatie komt uit zijn onderzoek.

Er zijn weinig contracten uit de zeventiende eeuw bewaard gebleven die de aanleg van een eendenkooi beschrijven. Op deze afbeelding is het contract te zien dat Schelte van Aebinga met Doede Michels overeenkwam in 1601. (Bron: Mast, G., 2007: De eendenkooi bij de hel te Hallum. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Den Haag. p.9)

 

Bronnen

Naast de ouderdom is het ook bijzonder dat er vrij veel in de archieven bewaard gebleven is. Bijvoorbeeld een huurcontract uit 1641, waaruit blijkt onder welke voorwaarden een kooiker een eendenkooi kon gebruiken. Zo was er een jaarlijkse huur van 150 carolus gulden en een betaling in de vorm van 150 war beste eenden. Ook dienden de geldende belastingen te worden betaald. De huur van de woning zat bij de prijs in. Wanneer de huurders de kooi verlieten, moest alles netjes afgeleverd worden. Ook dienden er minimaal 80 tamme eenden te zijn en moesten alle schermen en vangpijpen in goede staat zijn.

 

Adellijk bezit

De eendenkooi bleef na de oprichting door vererving vrij lang in adellijk bezit. Dit veranderde in 1770, toen Sijmen Fransen - ‘vogelkoper’ uit Leeuwarden - de eendenkooi van te toenmalige eigenaresse Burmania kocht. Vanaf dat moment was de eendenkooi particulier bezit.

 

Vangstgegevens

Helaas zijn er vrijwel geen vangstgegevens bekend van de eerste eeuwen van het bestaan van de eendenkooi. Pas in het begin van de twintigste eeuw werden de opbrengsten bijgehouden. Van 1924 tot 1936 registreerde poelier De Jong uit Leeuwarden de aantallen netjes in zijn boekhouding. Daaruit blijkt dat er in die periode 805 war is gevangen in de eendenkooi. Vergeleken met de 748 war van de nabij gelegen Auke Talsmakooi presteerde de kooi Opperwird iets beter.

Eén van de vangpijpen van Opperwird, na herstel door de Kongsi (foto: Gerard van Looijengoed - Landschapsbeheer Friesland)

 

Strenge winter

Over Jelle Lieuwes de Vries, kooiker in dezelfde periode, doet nog een uitzonderlijk verhaal de ronde. Tijdens een strenge winter waren de omstandigheden voor het vangen erg goed. De sloten waren bevroren en de kolk van de kooi was een van de weinige plaatsen waar eenden zich concentreerden. Jelle Lieuwes de Vries ging met drie arbeiders de kooi in om er aan het eind van de dag met 511 eenden uit te komen. Een enorm aantal, helemaal als het wordt vergeleken met de normale vangst van enkele eenden op een dag. Het is niet te achterhalen in hoeverre het waar is, maar het zou mogelijk kunnen zijn.

Tussen 1949 en 1970 werden de vangstgegevens aan het Instituut voor Toegepast Biologisch Onderzoek in de Natuur (ITBON) gestuurd. Gemiddeld werd er 1542 war per seizoen gevangen, met als uitschieters 536 war in 1960 en 2175 war in 1970.

 

Waterhuishouding

Sinds 1821 ligt de eendenkooi in een polder, die toepasselijk de Kooipolder heet. De waterhuishouding van de landerijen rond de eendenkooi werden met een molen beheerst. De boer die op de kooiplaats woonde, was tevens molenaar was en nam bij tijd en wijle het beheer van de sloten op zich. Toen er in 1972 ruilverkavelingsplannen werden gemaakt, stond in het rapport dat "twee eendenkooien in het gebied in huidige staat worden gehandhaafd en dat het waterpeil ongewijzigd blijft". Ook het afpalingsrecht van 1200 meter werd gerespecteerd.

 

Afpalingsrecht

Ondanks dit vrij ruime afpalingsrecht heeft de eendenkooi een aantal maal ernstige hinder ondervonden. De werkzaamheden van de ruilverkaveling vonden plaats tijdens het vangseizoen wat leidde tot verstoring. Dat de rust binnen een eendenkooi van groot belang is, werd pijnlijk duidelijk in 1996. Toen een helikopter van defensie laag over de kooi vloog, duurde het minstens een jaar voordat alles weer bij het oude was. En een luchtballon die op geringe hoogte de branders aanzette, zorgde er in 2000 voor dat de gehele kooi leeg vloog.

 

Roofdieren

De vangsten zijn sinds 1970 ook een stuk minder. Van 2000 tot 2004 werden gemiddeld 350 eenden gevangen. Waardoor de resultaten zo sterk achteruit zijn gegaan, is niet eenvoudig aan te geven. De verklaring wordt gezocht in een combinatie van het afnemende aantal jonge eenden, vossen in de kooi en het toenemend aantal roofvogels.

 

Ganzenbeheer

In 2006 is een ganzengedooggebied ingesteld rond de eendenkooien op de Noordermieden. De bedoeling is dat ganzen buiten deze zone verjaagd mogen worden, maar erin niet. De boeren krijgen een vergoeding voor het beheer en de ganzen hebben een gebied waar ze niet verstoord worden. Al snel blijkt deze aanpak vruchten af te werpen en neemt het aantal ganzen en smienten toe in de gedoogzone. Wellicht dat de eenden zullen volgen.

Na herstel van de eendenkooi door de Kongsi, was de kooi bij de Hel op 18 juni 2016 bij hoge uitzondering geopend voor publiek. Zo'n zeshonderd mensen benutten deze kans. (foto: Jan Piet de Boer - Landschapsbeheer Friesland)

 

Overzicht kooikers:

Duke Piters 1601 - 1622
Pieter Doekes 1641
Sake Jouws 1643 – 1656
Schelte Saeckes 1669
Luipke IJans 1679 – 1700 (zie ook Auke Talsmakooi)
Dirk Buwes 1708 – 1738
Pyter Dirx 1741
Jan Willems 1746 – 1773
Claas Wierdts 1774 – 1775, 1785 zijn weduwe
Sijmen Pieters 1785
Jan Hendriks 1786 – 1810
Jacob Sapes Kooistra 1812 – 1818
Symen Tammes Kooistra 1818 – 1825
Thomas Wybes Wybenga 1825 – 1830
Lieuwe Montes Boersma 1838 – 1858
Maartje Lieuwes Boersma 1862 – 1863
Lieuwe Meinderts de Vries 1863 – 1902
Jelle Lieuwes de Vries 1903 – 1937
Mient Terpstra 1937 – 1949
Kerst Elgersma 1949 – 1957
Herman ten Klooster 1958 – 1960
Kerst Elgersma 1960 – 1975
Haaije Heslinga 1975 – 1977 (zie ook Auke Talsmakooi)
Eelke Hoekstra 1977 – 1998
Herman ten Klooster 1998 – 1999 (zie ook Ternaard en Auke Talsmakooi)
Adrianus Huibert Stekelenburg 1999 – 2007
Pieter Klaas Inia 2007 – 2015

 

Literatuur:

  • Gerard Mast, 2007: De eendenkooi bij de hel te Hallum. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Den Haag.

 

 

 

 

 

 

Contactgegevens:

Voor meer informatie over de Kongsi van de Eendenkooi kunt u contact opnemen met 
Landschapsbeheer Friesland

Commissieweg 15
9244 GB  Beetsterzwaag
0512 38 38 00
info@landschapsbeheerfriesland.nl

 

 

© 2018 Kongsi
powered by
Natuurlijk !

 


privacybeleid
gebruikersovereenkomst


De Kongsi van de Eendenkooi wordt mogelijk gemaakt door het Waddenfonds en de provincies Fryslân, Noord-Holland en Groningen.